Een HR-ketel zet een brandstof om in warmte. In de rookgassen zit altijd waterdamp. Door de rookgassen ver terug te koelen, zal deze waterdamp condenseren. Dit levert extra warmte op, die ten goede komt aan het verwarmingssysteem.
Voor de meeste HR-ketels wordt aardgas als brandstof gebruikt. Om de condenserende warmte te benutten, moeten de rookgassen teruggekoeld worden tot onder de 60°C.
De schaalgrootte van de systemen varieert. HR-ketels zijn verkrijgbaar vanaf circa 11 kW tot en met MW-schaal. Voor de grote ketels wordt de rookgascondensor meestal wel gescheiden van de ketel opgesteld.
Met een HR-ketel wordt vrijwel alle energie die aanwezig is in de brandstof omgezet in warmte. Door gebruik te maken van condensatie van de waterdamp neemt het rendement van de ketel bij het gebruik van aardgas met circa 10% toe.
Het rendement van HR-ketels wordt vaak uitgedrukt op de onderste verbrandingswaarde van de brandstof. Rendementen tot 109% zijn dan mogelijk.
De technische levensduur van een HR-ketel is 15 jaar. Een HR-ketel functioneert optimaal bij de juiste aanvoer- en retourtemperatuur van het verwarmingswater. In het algemeen geldt hoe lager de retourtemperatuur, hoe beter het rendement van de ketel. Een laagtemperatuursysteem (aanvoertemperatuur < 55°C) is dus aan te raden.
De emissie van de verbrandingsgassen dient te voldoen aan de regelgeving. In het algemeen leidt dit niet tot problemen, omdat de ketels alleen in bijzondere gevallen onder een vergunning vallen.
Laatst gewijzigd op: woensdag 4 maart 2009








