Bij vergisting wordt er zonder lucht (zuurstof) biomassa door micro-organismen afgebroken tot methaan (CH4) en koolstofdioxide (CO2). Dit brandbare gas wordt ook wel biogas genoemd en heeft een energie-inhoud van ongeveer 2/3 van die van aardgas. Het biogas kan stof, water en zwaveldioxide bevatten, afhankelijk van de biomassa die wordt vergist. Dit moet eerst verwijderd worden om het te kunnen inzetten in een wkk. Bij vergisting van 100% plantaardig materiaal zoals maïs treedt de vorming van H2S nauwelijks op, omdat maïs zelf nauwelijks zwavel bevat. Bij mestvergisting wordt wel H2S gevormd. Na het vergistingsproces houdt men digestaat over. Indien 50% of meer mest is gebruikt voor de vergisting, dan wordt dit digistaat gezien als dierlijke meststof en mag het binnen de mestwetgeving geldende normen worden uitgereden over het land. In alle andere gevallen wordt het gezien als een afvalstof. Er moet dus rekening worden gehouden met de kosten voor het afvoeren van het digestaat, indien niet (alles) kan worden uitgereden over het land.
Als wkk wordt momenteel vaak een gasmotor gebruikt, maar er zijn ook gasturbines op de markt die biogas kunnen omzetten naar elektriciteit en warmte. Indien CO2 nodig voor bemesting van de kas dan dit door biogas niet alleen te ontdoen van H2S maar ook van CO2 voordat het de gasmotor in gaat.
Een alternatief is het stevig reinigen van de rookgassen zodat de rookgassen uit de gasmotor (wat meer CO2 bevat dan bij gebruik van aardgas) voor bemesting kunnen worden gebruikt. Dit alternatief bevind zich nog in de demofase.
Bron: http://gtb.cogenprojects.nl/index.php?id=2406
Laatst gewijzigd op: dinsdag 3 maart 2009









